Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is

Een lange titel, deze keer. Het is dan ook een heel gedicht, 'De ontdekking', van K. Schippers.

Een keer wou ik het aan een groep kinderen aanleren, maar ze lachten me uit en zeiden dat dat helemaal geen gedicht is, dat ik niet wist wat gedichten waren. Ze zeiden dat ze me zouden laten horen wat een echt gedicht was en begonnen allemaal samen een gedicht van mij voor te dragen. Dus, lachte ik in mijn vuistje, ik weet niet wat gedichten zijn, maar ik kan ze wel maken ...

Het gedicht van K. Schippers is ook de titel van misschien wel de mooiste bloemlezing gedichten voor kinderen, samengesteld door Tine van Buul en Bianca Stigter. Het is de enige poëzieverzameling ooit die bekroond werd met een Gouden Griffel (beweert de achterflap) en zo is er nu al een elfde druk van uit.

De elfde druk! Ik herinner me nog de eerste alsof het gisteren was ... Ik denk dat het één van de eerste bloemlezingen is waar een gedicht van mij in werd opgenomen. Ik gaf het auteursexemplaar weg aan mijn zus, omdat die toen al moeder was, en ik nog lang niet. Enkele drukken later kreeg ik nog eens een auteursexemplaar toegestuurd, dat ik maar wijselijk voor mezelf heb gehouden, want misschien zouden die herdrukken toch eens stoppen en dan zat ik zonder voor mijn eigen kinderen, als die er waren. Inderdaad lezen we daar nu telkens een gedicht uit voor als het al te laat is voor een heel verhaal.

Het exemplaar dat ik van de elfde druk heb gekregen, mogen mijn kinderen meenemen naar school. Misschien leren zij dan ook nog wel eens een gedicht van mij. De twaalfde druk reserveer ik alvast opnieuw voor mezelf, want gezien het enthousiasme is ons oude exemplaar tegen dan waarschijnlijk kapot gelezen.

Dit staat er o.a. in, eentje dat ik zo'n twintig jaar geleden heb geschreven:

 

Ben ik geen knappe tovenaar?

Ik draai aan deze knop

en daar druppelt water

Eén voor één

spatten de druppels uit elkaar

in een bak die we gemakshalve

gootsteen zullen noemen

Steeds sneller volgen de druppels

elkaar op, een gebroken akkoord

van plopjes waar de spetters afvliegen

en dan een heuse waterval

van klanken

De poes zingt

de tweede stem

Voor één keer

steekt ze een poot uit

maar trekt snel een natte poot weer in

Ik hou van natte poezen

 

nu alleen nog maar bedenken

wat mijn toverding voorstelt